Is het verlaagt of verlaagd? Dit is de juiste spelling

Een veelgestelde vraag in de Nederlandse spelling: schrijf je 'verlaagt' of 'verlaagd'? Beide vormen bestaan, maar ze worden op verschillende momenten gebruikt. In dit artikel zetten we het verschil kort en helder op een rij.

Het korte antwoord

Of het 'verlaagt' of 'verlaagd' moet zijn, hangt af van hoe het woord in de zin functioneert:

  • Verlaagt: tegenwoordige tijd, na hij, zij, het, u of een naam.
  • Verlaagd: voltooid deelwoord (na is, heeft, was, had) of bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord.

Het is dus geen woord dat altijd hetzelfde geschreven wordt, maar een werkwoordsvorm die meebeweegt met de zin.

Verlaagt in actie

Een paar zinnen waarin 'verlaagt' correct is:

  • Hij verlaagt het volume van de tv.
  • De winkel verlaagt de prijzen in januari.
  • Zij verlaagt het tempo even.

Telkens staat er 'hij' of 'zij' of een naam vóór het werkwoord, en speelt de actie zich op dit moment af. De stam 'verlaag' krijgt dan een -t.

Verlaagd in actie

Voorbeelden waarbij 'verlaagd' juist is:

  • Het volume is verlaagd door hem.
  • De prijzen zijn verlaagd in januari.
  • Een verlaagd plafond zorgt voor een aangenamere akoestiek.

Bij de eerste twee voorbeelden gaat het om een voltooide actie (is/zijn verlaagd). Bij het derde voorbeeld is 'verlaagd' een bijvoeglijk naamwoord dat een plafond beschrijft.

De vervangtruc

De snelste manier om te kiezen: vervang 'verlagen' door 'maken'. Past 'maakt' in de zin, dan is het verlaagt. Past 'gemaakt' beter, dan is het verlaagd. Een ezelsbruggetje dat voor de meeste werkwoorden werkt waar je tussen -t en -d twijfelt.

Verlaagd of verlaagde?

Soms zie je ook 'verlaagde' voorbijkomen. Dat is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord:

  • "Een verlaagd plafond" (onverbogen, na 'een').
  • "Het verlaagde plafond" (verbogen, na 'het').

Dat is hetzelfde patroon als bij andere bijvoeglijke naamwoorden, vergelijk: een rood huis vs. het rode huis.

Conclusie

Verlaagt of verlaagd? Tegenwoordige tijd met hij/zij/het is verlaagt. Voltooide tijd of voor een zelfstandig naamwoord is verlaagd. De vervangtruc met 'maakt' of 'gemaakt' helpt bij elke twijfel. Daarmee schrijf je voortaan altijd de goede vorm.